Ondernemen in de wijk: sneller of verder

14 Oct 2015

 

Wanneer we in Nederland over ondernemen praten hebben we het al gauw over ‘zelfstandig’ ondernemen, over individuele ondernemers die vanuit eigen kracht hun onderneming van de grond trekken. We associëren ondernemen primair met geld verdienen en bij voorkeur rijk worden op basis van jouw geniale idee. Deze entrepreneurs ontdekken het gat in de markt dat andere commerciële bedrijven laten liggen. Ze brengen dat ‘gat’ tot maatschappelijke waarde en kunnen zich die waarde daarna grotendeels toe-eigenen. Rond dit type ondernemers is er een rijk aanbod van advies, opleiding, ondersteuning en financiering, variërend van gratis (Kamer van Koophandel) tot betaald (opleidingsinstellingen, banken). En er bestaat vooral ook een enorme mythe rondom deze entrepreneurs: zij zijn maatgevend voor wat we zien als succesvol, zíj zijn het die onze toekomst gaan bepalen, zíj zijn de drijvende kracht van positieve maatschappelijke ontwikkeling.

 

Gelukkig is er de laatste jaren ook aandacht voor sociale ondernemers. Deze ondernemers zien niet zozeer een gat in de commerciële markt, maar springen in de gaten die de overheid en semi-overheid laten vallen. Sociale ondernemers genereren vooral publieke goederen en diensten, daar waar de overheid andere prioriteiten stelt of het politieke veld de overheid voor de voeten loopt: bijvoorbeeld waar aandacht en geld zou moeten gaan naar bijzondere groepen – in het algemeen belang - wat door de politiek kan worden gelabeld als bevoordeling.

 

Ook sociale entrepreneurs creëren maatschappelijke waarde, maar meer vanuit (com)passie dan om er zelf rijk of vermogend van te worden. Dat kan ook niet, omdat de maatschappelijke waarde die zij creëren tot uitdrukking komt in publieke goederen en diensten, die naar hun aard voor iedereen vrij beschikbaar zijn. Een fiets die je maakt kun je verkopen en de daarmee verbonden waarde kun je je als producent toe-eigenen. Betere beheersing van de Nederlandse taal door vluchtelingen, of verminderde eenzaamheid in probleemwijken komt de hele samenleving ten goede zonder dat er iemand voor betaalt: die waarde laat zich niet individueel toe-eigenen. Sociale ondernemers zijn voor geld en ondersteuning  daarom aangewezen op publieke projectgelden,  particuliere fondsen, sponsoring en MVO geld van bedrijven. Immers, zoals de overheid zijn publieke dienstverlening niet ‘verkoopt’ maar financiert via belastingheffing, zo zijn ook sociaal ondernemers niet in staat om hun producten en diensten te vermarkten [1]. Dat alles maakt hun activiteiten een stuk minder sexy dan die van commerciële ondernemers, maar zeker niet minder waardevol. Het siert Oranje Fonds dat het de laatste jaren veel investeerde in sociale ondernemers via het Oranje Fonds Groeiprogramma. Resto Van Harte, de Voorlees Express, Prins Heerlijk, New Dutch Connections en ook onze eigen sociale onderneming  Diversity Joy hadden zonder die ondersteuning niet in hun huidige vorm bestaan.

 

Laten we nu de blik verplaatsen van de zelfstandige ondernemer naar de onderneming. Vreemd genoeg is in veel definities van het woord ‘onderneming’ het streven naar winst nog steeds een bepalend aspect. Maar in lijn met het vorenstaande is ons uitgangspunt anders: ook hier kennen we de commerciële en de sociale variant. Wat ondernemingen onderscheidt van ondernemers is het aspect van organisatie: een onderneming is een organisatie - een groep van mensen - die zich richt op de creatie van maatschappelijke waarde, commercieel of sociaal. De noodzaak tot organisatie ontstaat door schaal en complexiteit, waardoor het werk moet worden verdeeld en onderlinge  afstemming nodig wordt. Samenwerking, schaal en complexiteit brengen resultaten binnen bereik die een ondernemer alleen niet kan behalen: één + één is drie. En arbeidsdeling maakt iets mogelijk dat langs andere weg vaak zwaar moet worden bevochten: inclusie. Omdat het werk wordt verdeeld kan voor iedereen een plek en een rol worden gevonden, afgestemd op eigen ambities en kunnen. Want niet iedere bewoner is een visionair, boekhouder of ondernemer.

 

Veel programma’s over ondernemerschap richten zich helaas nog steeds op de individuele commerciële ondernemer, ook in marginale stedelijke gebieden. Omdat het sexy is? Omdat het snellere resultaten biedt? Omdat de ambtenaren en projectmanagers zich gemakkelijker verstaan met beter opgeleide bewoners die beantwoorden aan het heersende beeld van ondernemerschap? Helaas zijn al die redenen van toepassing. Met als gevolg dat, wat bedoeld is ter verbetering van de kwaliteit van leven, werken en wonen van alle bewoners, zomaar kan verworden tot een zoveelste programma van gentrification met ondersteuning van ondernemers die er op eigen kracht ook wel zouden zijn gekomen.

 

Ondernemerschap in marginale wijken gaat allereerst over sociaal ondernemerschap, omdat de overheid juist in deze wijken de gaten in de dienstverlening laat vallen. En waar commerciële kansen ontstaan pakken bewoners die zeker mee op. Tegelijk is in deze wijken schaal geboden: sociale schaal, opdat er meer gebeurt dan een initiatiefje hier en een barbecue daar. Die schaal – met noodzakelijke organisatie en arbeidsdeling – schept kansen voor inclusie. Dat is geen luxe in wijken waar het gemiddelde opleidingsniveau laag is, de diversiteit groot en de werkloosheid nijpend.  In het BazO project in Amsterdam Nieuw-West ligt de focus daarom op schaal, arbeidsdeling en organisatie bij het stimuleren van ondernemerschap: sociaal of commercieel. Met als perspectief de vorming van een bewonerscoöperatie als paraplu voor bestaande en nieuwe ondernemende initiatieven van bewoners. Die gezamenlijkheid is niet altijd de snelste weg, maar creëert wel een kans op duurzaam en gedeeld ondernemerschap van en door bewoners.  En voor hen zijn deze programma’s bedoeld. Alleen ga je sneller, samen kom je verder.

 

 

[1] Voor een inspirerende analyse van de maatschappelijke rol van sociale ondernemingen zie Filipe M. Santos, A Positive Theory of Social Entrepreneurship.

 

Een deel van de gedachtevorming hier is aan dit artikel ontleend. https://www.insead.edu/facultyresearch/research/doc.cfm?did=41727.

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Zoek met Tags

© 2018 WEB DESIGN BY LEON BECKX

  • Facebook Basic Black
  • Black LinkedIn Icon