top of page

DE ORGANISATIE WORKSHOP

ACHTERGROND: DE ORGANISATIE WORKSHOP

 

De Organisatie Workshop (OW ) is een beproefde methode voor sociale en economische versterking van de buurt of wijk door de start van wijkondernemingen. In de Organisatie Workshop leren bewoners hoe ze samen een grootschalige en complexe organisatie runnen. Daarbij leren ze de benodigde beroepsvaardigheden. De Organisatie Workshop is een intensief programma van 4-6 weken. Deelnemers leren door te doen; met echte contracten, de toegang tot alle kennis, materialen, gereedschap en apparatuur die ze nodig hebben, deadlines en betaling na een succesvolle afronding van het werk.

De Organisatie Workshop is door Diversity Joy aangepast voor de Nederlandse context in een kortere vorm. Daarover kunt u meer lezen onder ons aanbod. Hieronder leest u meer over de geschiedenis van de Organisatie Workshop en hoe deze methode zich in de afgelopen decennia ontwikkeld heeft. 


Oorsprong
De Organisatie Workshop (OW) is in de jaren ’60 ontwikkeld in Zuid Amerika door de Braziliaanse socioloog Clodomir Santos de Morais en is de afgelopen 40 jaar met veel succes op diverse plekken in de wereld uitgevoerd. De Morais ontwikkelde de Organisatie Workshop in de jaren ’60 als antwoord op de grote ongelijkheid die hij in zijn land aantrof. Landloze boeren, meestal nazaten van slaven, zaten in een armoedeval gevangen en waren primair gericht op de dagelijkse overleving van hun familie. De Morais observeerde dat veel boeren hun situatie meestal als lotsbestemming zagen (naïef bewustzijn) of soms als gevolg van een onrechtvaardig systeem (kritisch bewustzijn), waar ze machteloos tegenover stonden. De Morais wilde het blikveld van de boeren verbreden: als enkelvoudige boer konden ze weinig doen aan hun situatie, maar als collectief konden de boeren boven hun individuele beperkingen uitstijgen. Organisatie was hiervoor de sleutel. Maar, hoe leer je mensen, vaak analfabeet, over complexe organisatie?

Doorbreken van afhankelijkheid
Paulo Freire, een tijdgenoot en vriend van de Morais, voerde op grote schaal alfabetiseringsprojecten uit bij de boeren. Hij merkte op dat zijn pedagogen in de lessen vaak een afhankelijke, dociele houding aantroffen bij de landloze boeren: “Excuse us, sir, we-who-don’t-know should keep quiet and listen to you-who-know.” De Morais worstelde met hetzelfde vraagstuk en vroeg zich af hoe hij de eigen kracht van de landloze boeren -met hun lange geschiedenis van onderdrukking- kon wakker schudden. Hij ontwikkelde een radicaal, nieuwe aanpak van onderwijs door de impliciete machtsverhoudingen in het leerproces te kantelen. De boeren hadden kapitaal, kennis en middelen nodig om hun situatie te verbeteren. Echter de lange weg naar kennis en kapitaal, via onderwijs, was praktisch onmogelijk voor de landloze boeren die in armoede gevangen zaten. 

De radicale zet

De radicale zet van de Morais was om de landloze boeren direct alle middelen te geven die ze nodig hadden om een collectieve onderneming te starten. Het verhaal gaat dat de Morais aanvankelijk experimenteerde met deze gedachte, door afgelegen dorpen binnen te rijden met een truck en een megafoon. De megafoon gebruikte hij om in het dorp aan te kondigen dat er de volgende dag iets groots ging gebeuren en dat iedereen zich op het plein moest verzamelen. Wanneer een dag later de boeren zich verzameld hadden en de Morais vroegen wat er ging gebeuren, antwoordde hij: 'Vertel het mij maar. Ik heb een truck en een megafoon, wat zullen we hiermee doen?' Nadat de eerste verwarring was weggezakt, ontstonden er al snel initiatieven rondom de truck: mensen leerden rijden, de oogst kon verkocht worden op nieuwe markten, zieken konden een ziekenhuis bezoeken, etc. De truck was met andere woorden een middel, dat een enorme impact had op de gemeenschap: welzijn, perspectief en inkomsten verbeterden. Normaal gesproken, was de aanschaf van een truck onhaalbaar voor een landloze boer. De boer moest dan eerst onderwijs volgen, werk vinden, sparen & lenen. Directe toegang tot het middel, de truck, gaf de boeren gelegenheid om geld te verdienen, hun eigen truck te kopen, en om te leren. De truck vormde een leeromgeving, waarin mensen leerden rijden, hun waar te verkopen op nieuwe markten te betreden én leerden om te organiseren. Want hoe besluit je met elkaar of je de truck gebruikt om oogst te verkopen, een zieke ouder weg te brengen of om te oefenen met rijlessen? Het middel vraagt om planning, coördinatie, besluitvorming en taakverdeling. De Morais zag het leren organiseren als het belangrijkste resultaat van zijn experimenten. Collectieve organisatiekracht was een hefboom waarmee de boeren groter konden denken, doen en dromen. 

Gedeelde bronnen

De eerste experimenten van de Morais en zijn truck ontwikkelden zich tot de Organisatie Workshop, waarbij de overdracht van middelen de aftrap vormde van de OW. Landloze boeren beschikten nu over een vrachtwagen, werktuigen, toegang tot kennis, startkapitaal en opdrachten waar ze geld mee konden verdienen. Alles was aanwezig om succesvol te ondernemen, behalve organisatie.

Tijdens de Organisatie Workshop kregen de landloze boeren ruim een maand de tijd om als gezamenlijke onderneming opdrachten uit te voeren, waarmee geld verdiend kon worden. Opdrachten betroffen projecten die hun eigen gemeenschap verbeterden, zoals het bouwen van infrastructuur of een crèche. Het ging om grote groepen van 150 tot 500 mensen. Om de projecten op deze schaal uit te voeren, moesten de boeren zichzelf organiseren en hun individuele belangen overstijgen. De Morais stimuleerde collectiviteit doordat de boeren middelen moesten delen. Dit was nieuw omdat de meeste boeren primair gefocust waren op het welzijn van hun directe familie. Nu beschikten zij als collectief over alle middelen, wat afstemming, coördinatie en planning noodzakelijk maakte. Deze collectieve organisatie stelde de landloze boeren later in staat om diverse coöperaties te starten.

Grote schaal, Grote impact

De OW is vanaf de jaren ´70 vele malen succesvol uitgevoerd in Latijns Amerika en Afrika. Van 1973 tot 1976 namen zo'n 24.000 mensen deel aan 400 OW's en van 1989 tot 1998 deden alleen al in Brazilië ongeveer 60.000 mensen mee in OW's. Dit aantal verdubbelde bijna tussen 2000 en 2002 toen 110.946 mensen aan 282 OW's in Brazilië deelnamen. De Organisatie Workshop arriveerde in 1986 in Zuidelijk Afrika; eerst in Zimbabwe en later in Botswana. In 1987 kwamen Ivan en Isabel Labra, twee Latijns-Amerikaanse facilitators van de OW methode, naar Zuidelijk Afrika. Gedurende een periode van 10 jaar systematiseerden de Labra's de methode en contextualiseerden het voor de Zuidelijk Afrikaanse context. Zij voerden, onder andere, een project uit in Zimbabwe waarbij  3000 deelnemers uit veertien dorpen een jaar lang bouwden aan kleine dammen, ter bevordering van de landbouw en veeteelt. 

De Organisatie Workshop als Edutainment?

Tijdens hun werk in Zuidelijk Afrika ontmoetten de Labra's Gavin Andersson, een oud verzetsstrijder uit Zuid Afrika, die betrokken was bij de ontwikkeling van vakbondsbewegingen. Hij was geïnteresseerd in de grootschalige organisatie van de OW en raakte betrokken bij de OW, zowel als één van de voornaamste facilitators en als onderzoeker. Gavin Andersson promoveerde later op een OW gerelateerd onderzoek. Rond 2008 kwam Gavin in contact met Lebo Ramafoko, directeur van het Zuid Afrikaanse Soul City, een sociaal gedreven mediabedrijf. Lebo Ramafoko wilde een 'community make-over' tv-programma maken; een reality tv-show waarbij buurten streden om hun buurt het meest te verbeteren. Lebo zocht een inhoudelijke trainingspartner die mensen in de townships equipeerden om op een zinvolle wijze vorm te geven aan verandering in hun omgeving. De OW leek hier geknipt voor. 

 

Kwanda

Lebo Ramafoko's show verscheen op 'prime time' op SABC1, één van de belangrijkste zenders van Zuid-Afrika, onder de naam Kwanda. Kwanda betekent letterlijk 'groeien' en in 13 afleveringen zagen kijkers communities groeien en leren. De 'community make-over' tv-show was de eerste in zijn soort en richtte zich op vijf achtergestelde communities met elk 100 deelnemers die werden uitgedaagd om hun omgeving te verbeteren, zodat het ´look better, feel better and work better´. Het ging om zaken als HIV-preventie, bestrijding alcoholmisbruik en misdaad en zorg voor weeskinderen. Tegelijkertijd werden de communities uitgedaagd om initiatieven te ontwikkelen die inkomsten genereerden door bijvoorbeeld het verbouwen van voedsel of andere economische activiteiten. Kwanda trok bijna 2 miljoen kijkers, die betrokken werden doordat ze live berichten konden sturen en stemden. Kijkers werden aangespoord en geïnspireerd om hetzelfde te doen in hun gemeenschap, wat op vele plekken tot een gevolg leidde.

Introductie in Nederland

In 2009 nam E-motive van Oxfam Novib samen met Wijkalliantie het initiatief om het Zuid Afrikaanse reality-tv format Kwanda te introduceren in Nederland. Datzelfde jaar kwam Diversity Joy aan boord van het initiatief om de achterliggende trainingsmethodiek van de Organisatie Workshop te vertalen naar de Nederlands omgeving.

Kwanda en de Organisatie Workshop raakten een gevoelige snaar in Nederland en spraken tot de verbeelding. De wijkaanpak zat in een impasse. De financiële impuls van de voorgaande jaren in probleemwijken of krachtwijken had niet geleid tot duurzame verandering. Veel initiatieven waren afhankelijkheid van tijdelijke subsidies en het ontbrak aan een bredere inbedding. Dit leidde tot een projectencarrousel; een komen en gaan van projecten en initiatieven. Deze projectencarrousel resulteert in teleurstelling en frustratie.

Met krimpende budgetten voor de wijkaanpak zocht en zocht de overheid naar nieuwe benaderingen, waarin de burger meer participeert en meer op eigen benen staat. Wijkondernemingen komen voor het voetlicht als een voorbeeld van de eigen kracht van bewoners. Het ontbreekt echter aan een samenhangende methodologie. Hoe vinden bewoners en professionals een nieuwe balans? Hoe creëer je een duurzame inbedding in de wijk? En hoe betrek je, naast kansrijke, ook kansarme bewoners?

Vertaalslag
De Organisatie Workshop en haar unieke aanpak leek een veelbelovend antwoord op deze vragen. Alleen al in Brazilië, de bakermat van de OW, namen zo’n 200.000 mensen deel aan de OW. De implementatie van de OW en vertaling naar een Westerse context was echter niet eenvoudig. De OW’s zijn vooral ingezet in omgevingen van grote armoede. Werk en inkomen zijn dan belangrijke drijfveren en deelnemers verbinden zich relatief gemakkelijk aan een intensief programma van 6 weken. In de Nederlandse wijken is de urgentie minder hoog. Het blijkt vaak moeilijk voor mensen, ook zonder werk, om zich vast te leggen voor een dag, laat staan voor een periode van 4 tot 6 weken. Bovendien gebeurt er al veel in de Nederlandse wijken. Er lopen tal van initiatieven en er zijn tal van initiatiefnemers.

Zaken als beperkte beschikbaarheid, een relatief solide financieel vangnet -omgeven met beperkende regelgeving, veel lopende initiatieven, een sterk institutioneel veld en meer, noodzaakten Diversity Joy om de Organisatie Workshop opnieuw te ontwerpen. In samenspraak met dr. Gavin Andersson van het Zuid Afrikaanse Seriti Instituut hebben we gekeken naar de onderliggende principes van het programma. Daarbij heeft Diversity Joy ook haar kennis en ervaring op het gebied van het verbinden van verschillen toegevoegd. Dit vertaalproces is uitgebreid beschreven in de online publicatie Kwanda Amsterdam

“Tell me and I'll forget;

show me and I may remember; involve me and I'll understand.”

De machinaties van het kapitaal

'Vertel het mij maar. Ik heb een truck en een megafoon, wat zullen we hiermee doen?' 

What gets things moving is not Money What gets things done is not Technology

What gets things moving is not project planning and management  -

But things do get done by men and women who are adequately organised. Once organised, they will find the money, they will find the technology, they will find the projects.

Clodomir Santos de Morais

Ivan & Isabel Labra in actie in Zuidelijk Afrika

bottom of page